Stoornissen en behandeling

 

Erfelijke stoornissen van de fibrinolyse

Bij een erfelijke homozygote a 2-antiplasmine deficientie is er een duidelijke bloedingsneiging door een overactief fibrinolytisch systeem. In dit geval is de inhibitie van plasmine onvoldoende. Heterozygote patiënten met ongeveer 50% van de normale a 2-antiplasmine activiteit kunnen lichte bloedingsverschijnselen vertonen. Een variante bestaat waarbij er wel een normaal gehalte aan a 2-antiplasmine aanwezig is, maar waar het om een functioneel probleem gaat a 2-antiplasmine Enschede).

Er zijn ook gevallen beschreven van patiënten met een overmaat aan t-PA-achtige stoffen en dus een overmaat aan fibrinolyse activatoren. Ook dit geeft ernstige bloedingsverschijnselen.

 

Fibrinolytische bloedingen secundair aan andere aandoeningen

Een verhoogde fibrinolyse kan bij verschillende ziektes, vnl. maligniteiten, worden gezien. Het is vrij zeldzaam en verloopt meestal subacuut.
Het wordt oa. Gezien bij prostaatcarcinoom, levercirrhose, leukemie, LED,….

 

Behandeling

Wanneer een bloeding te wijten is aan een fibrinolyse of fibrinolyse geinhibeerd moet worden, kan gebruik gemaakt worden van 2 producten: Epsilon-AminoCaproic Acid (EACA) en het sterkere Tranhexaminezuur (Cyklocapron®).