Bloedingstijd 

 

De primaire hemostase wordt gemeten door middel van de bloedingstijd. Hiervoor bestaan in grote lijnen drie technieken: Duke, Ivy en Simplate. Bij de methode van Duke wordt een prik gegeven in de oorlel en de tijd bepaald hoelang dit blijft bloeden. Bij de methodes van Ivy en Simplate wordt de techniek meer gestandaardiseerd toegepast. De prikjes worden gestandaardiseerd, altijd dezelfde diepte. Bij de Ivy gaat het inderdaad om 3 prikjes door de huid met daarvoor bestemde "lancet", bij de Simplate methode zijn het twee sneetjes aangebracht door middel van een apparaatje. Beide gebeuren op de voorarm en onder een bepaalde veneuze druk dmv. een bloeddrukmanchet opgepompt tot 40 mm Hg. De normaalwaarde bij de Ivy is 4 minuten of minder terwijl dit bij de Simplate methode beneden de 8 minuten moet zijn.

De bloedingstijd geeft enkel informatie over dit stuk van de stolling en is dus verlengd bij thrombocytopenie < 100, thrombocytopathie, en afwijkingen van de vaatwand.

 

 

Thrombocytenaggregatietesten

 

Bij de analyse van een verlengde bloedingstijd in afwezigheid van een thrombocytopenie, kunnen er thrombocytenaggregatietesten gedaan worden om de thrombocytopathie te onderzoeken. Hierbij wordt de aggregatie van de thrombocyten gevolgd na verschillende stimuli. Of er inderdaad aggregatie optreedt na een bepaalde stimulus en hoe de curve eruit ziet, kan veel leren over het probleem.

Klassiek worden de testen gedaan met 5 middelen: ADP, Epinefrine, Collageen, Ristocetine en Arachidonzuur.

image6

Voorbeeld van een thrombocytenaggregatiecurve met respectievelijk ADP, Epinefrine en Collageen.