Kliniek 

 

Een probleem met de primaire hemostase geeft voornamelijk slijmvliesbloedingen. Deze patiënten kunnen bloeden en toch kan het bloed stolsels vertonen omdat de secundaire hemostase toch normaal werkt maar niet ter hoogte van een thrombocytenplug op de plek waar dit nodig is.

Als de primaire hemostase slecht functioneert, is er een slechte basis voor de secundaire hemostase en kan dit grote problemen geven zelfs met een normale secundaire hemostase.

 

 

Behandeling 

 

Als een bloedingstijd verlengd is en er dus een probleem is thv. de primaire hemostase, kan geprobeerd worden dit op te lossen door toediening van DDAVP en/of thrombocyten. Bij een thrombocytopenie moet voor een thrombocytentransfusie worden gekozen en bij een thrombocytopathie zonder thrombocytopenie moet eerst DDAVP worden geprobeerd.

 

DDAVP

DDAVP is een chemisch analoog van het Anti Diuretisch Hormoon (ADH). Het stelt reserves aan von Willebrand Factor ( en Factor VIII) vrij en verbetert de thrombocytenfunctie op een nog onbekende manier. DDAVP kan maar beperkt worden toegediend gezien deze reserves   maar enkele maal kort na elkaar kunnen worden aangesproken. Het DDAVP effect begint ongeveer een uur na de toediening en houdt ongeveer 12-24u aan. DDAVP heeft ook bijwerkingen. Tijdens de toediening kunnen de patiënten een gevoel van warmte en een tachycardie krijgen. Bij veelvuldig gebruik geeft het waterretentie. De toegediende dosis van DDAVP is 0.3 m g/kg opgelost in 50-100ml NaCl 0.9% en dit wordt gegeven in 30 minuten. Controle van de bloedingstijd kan een uur later gebeuren.

 

Thrombocyten

Thrombocytentransfusie is de behandeling van primaire hemostase stoornissen door een thrombocytopenie. Verder wordt het gegeven indien bij een thrombocytopathie met DDAVP geen voldoende resultaat wordt verkregen. Trombocytensuspensies kunnen allergische reacties uitlokken en zijn duur.