INR (International Normalized Ratio)

 

De INR wordt gebruikt ter vervanging van de Prothrombine Tijd (PT) of ThromboTest (TT) bij het instellen en opvolgen van orale antistolling. De INR werd gecreëerd om de verschillen op te vangen van PTT bepalingen in verschillende laboratoria aan de hand van verschillende reagentia. De verschillende gebruike reagentia worden vergeleken met een standaard van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) en krijgen een International Sensitivity Index (ISI) die hun gevoeligheid aangeeft tov de WHO standaard. Aan de hand van deze index worden de lokale PT/TT waarden omgerekend alsof de meting zou gebeurd zijn met deze WHO-standaard. De INR geeft aan hoeveel maal de PT verlengd is tegenover de normaalwaarde gecorrigeerd voor het gebruikte reagens. Hoewel de PT dus varieert tussen laboratoria, vertegenwoordigt de INR een vaste waarde die dus het doseren van anticoagulantia moet stabiliseren.

 

 

Bijvoorbeeld:

Patiënt A heeft een PT van 20 sec en de gemiddelde waarde voor de normale PT voor het gebruikte reagens is 12 sec. De ISI van het reagens is 2.16.

image17

Dus beide patiënten zouden een lokale PT verhouding hebben van 1.66 maar de INR is heel verschillend omdat de gevoeligheid van de reagentia heel anders is.

 

 

 

Er worden 2 streefgebieden gehanteerd voor de INR: 2.0-3.0 en 2.5-3.5 afhankelijk van de indicatie tot antistolling. Hoe hoger de INR wordt, hoe groter de kans op bloedingen wordt.

 

1e intensiteitsgroep
streefwaarde
streefgebied

indicaties:

INR 2.5
INR 2.0-3.0

- atriumfibrilleren
- primaire en secundaire preventie diep veneuze trombo-embolie
- primaire preventie secundaire veneuze trombo-embolie bij orthopedische patiënten
- recidiverende veneuze trombo-embolie niet opgetreden onder antistolling
- cerebrovasculaire insufficiëntie

 

 

2e intensiteitsgroep
streefwaarde
streefgebied

indicaties

INR 3.0
INR 2.5-3.5

- primaire en secundaire preventie arteriële trombo-embolie
- recidiverende veneuze trombo-embolie optredend onder antistollingsbehandeling op 1 e intensiteitsniveau
- biologische hartklepprotheses
- mechanische hartklepprotheses
- veneuze trombo-embolie bij anti-fosfolipiden syndroom (lupus anticoagulans)