Postoperatief

operatie

 

 

Immobilisatie en chirurgie zijn belangrijke risicofactoren voor veneuze trombose. De volgende tabel toont het percentage trombose dat wordt gezien na verschillende operatieve ingrepen of immobilisaties zonder tromboseprofylaxe.

 

Ingreep

Percentage diep veneuze trombose

Ruggemergtrauma (immobilisatie)

60-80%

Knie chirurgie

50-70%

Belangrijk trauma (verschillende breuken)

40-80%

Tibiafractuur (onderbeenbreuk)

45-70%

Heupfractuur

40-60%

Heupvervanging

40-60%

Abdominale chirugie (buikoperatie)

20-40%

Prostaatoperatie (klassieke operatie)

20-40%

Prostaatoperatie (TUR)

5-10%

Gynecologische ingreep (kanker)

20-40%

Gynecologische ingreep (goedaardig)

5-10%

 

 

Voor de onmiddellijke tromboseprofylaxe wordt gebruik gemaakt van de laag moleculair gewicht heparines (LMWH) zoals Fraxiparine, Fragmin en Clexane omdat zij onmiddellijk werken. Voor een korte periode van profylaxe zijn orale antistollingsmiddelen zoals Marcoumar en Sintrom niet geschikt omdat zij pas na enkele dagen hun effect hebben.   In die enkele dagen kan dan een stolsel ontstaan dat onder de antistolling niet verder kan aangroeien, maar bij het stoppen van de antistolling dan voor problemen zoals een longembolie kan zorgen. Orale antistolling heeft alleen zin voor wat langere trombosepreventie.

 

Start van de tromboseprofylaxe

In Europa wordt de tromboseprofylaxe vaak gestart de avond voor de operatie met een eerste injectie LMWM, in de Verenigde Staten wordt meestal pas na de operatie gestart. Ook hierover zijn nog discussies aan de gang. De reden om vroeg te starten is om tijdens de operatie geen trombose te kunnen vormen. De reden om pas na de operatie te beginnen, is om de kans op bloeding te beperken. De kans op een bloeding door de injectie de avond voor de operatie lijkt uiterst klein te zijn maar is theoretisch aanwezig. De operatie zelf is een belangrijke immobilisatie en de kans dat op dat ogenblik reeds trombose wordt gevormd is ook reëel.

 

Duur van de tromboseprofylaxe

Hoelang moet de tromboseprofylaxe duren? Dit is nog niet duidelijk voor alle indicaties en varieert dan ook van centrum tot centrum. Het is ook afhankelijk van de graad van immobilisatie. Als de patient snel weer mobiel is, dient de profylaxe minder lang te duren. De belangrijkste factor is de hoogte van de kans op tromboseproblemen. Bij niet-orthopedische ingrepen kan de antistolling beperkt worden tot LMWH injecties tijdens het verblijf in het ziekenhuis of tijdens de periode van immobilisatie. Bij orthopedische ingrepen die een hoger tromboserisico hebben, wordt de antistollingsbehandeling vaak voortgezet na het ontslag uit het ziekenhuis gedurende 6 weken tot 3 maanden. De aard en omstandigheden van de ingreep en de graad van immobilisatie spelen ook hierin een belangrijke rol.

 

 

gips