Stollingstesten

 

APTT - PT

Er bestaan verschillende testen om het functioneren van de stolling te bekijken. Voor het volgen van een antistollingsbehandeling wordt gebruik gemaakt van de twee belangrijkste testen: APTT (Activated Partial Thromboplastin Time) en de PT (Prothrombine Tijd). Het principe van beide testen is hetzelfde: bij het bloed(plasma) wordt een reagens gedaan zodat de bloedstolling kan starten en de tijd wordt gemeten tot wanneer er een stolsel ontstaat. Dit geeft een idee van het functioneren van de stolling. Het is een test in een proefbuis dus de gemeten tijden willen niet zeggen dat het in het lichaam even lang duurt.

Er zijn nog veel meer testen van de bloedstolling om meer specifieke delen van het stollingssysteem te bekijken maar de meeste hiervan worden niet gebruikt in het op volgen van een antistollingsbehandeling.

Een APTT en PT zijn routinetesten die in principe in alle laboratoria kunnen worden gedaan.

 

 

PT: Prothrombine Tijd

Dit is een test die gebruikt wordt voor het volgen van patiënten onder orale antistolling met marcoumar/fenprocoumon, sintrom/acenocoumarol of warfarine. Deze medicijnen maken dat er minder vitamine K-afhankelijke factoren (II, VII, IX en X) aanwezig zijn en deze test is daar heel gevoelig voor.

De PT kan worden uitgedrukt in seconden, procenten of in INR.

Stollingstesten worden uitgevoerd met verschillende commercieel beschikbare reagentia die door verschillende fabrikanten per lot bereid worden. Ieder type reagens heeft daarbij per lot een iets andere gevoeligheid zodat de uitslag van de test erg afhankelijk is van het gebruikte reagens en het lotnummer.

 

Omdat patiënten met orale antistolling vaak in verschillende laboratoria geprikt worden, was er een noodzaak om de testen vergelijkbaar te maken. Ideaal zouden alle laboratoria ter wereld met hetzelfde reagens moeten werken, maar dat is niet haalbaar. Er kan niet 1 lot gemaakt worden dat voor altijd en iedereen beschikbaar is. Daarom is gekozen dat de Wereld Gezondheid Organisatie een standaardreagens beheert waartegen alle andere reagentia per lot worden geijkt. Dit kan men vergelijken met de standaardmeter die in Parijs ligt en waartegen vroeger alle andere meetlatten werden geijkt.

 

whologo.gif (1844 bytes)

 

De INR is een wiskundige berekening waarin de gevoeligheid van het gebruikte reagens tegenover de internationale WHO standaard wordt betrokken, en verder is het een verhouding tegenover de normaalwaarde met dat reagens (bij personen die geen antistolling gebruiken).

De uitslag van de INR betekent dus dat de test bij de patiënt zoveel maal langer duurt als bij een persoon die geen antistolling slikt, moest de test gedaan zijn met de internationale WHO standaard.

dosering

Een normale stolling geeft dus een INR=1, want dan is de stollingstijd bij de patiënt even lang als die van een "normale" persoon en de verhouding tussen de 2 dus 1.

Als "streefwaarden" bij antistolling worden meestal de gebieden 2.0-3.0 en 2.5-3.5 INR aangehouden.

In theorie maakt de INR dus dat over de hele wereld de uitslagen van Prothrombine Tijd kunnen worden vergeleken. Een zelfde INR kan dus in verschillende laboratoria afhankelijk van de gevoeligheid van het gebruikte reagens passen bij verschillende lengtes van de PT in seconden.

In praktijk bestaat er altijd wel een verschil tussen bepalingen in verschillende laboratoria omdat buiten de gevoeligheid van het reagens ook de aard van het toestel en de natuurlijke variatie van de test een rol spelen. Zelfs op hetzelfde toestel bestaan er verschillen als hetzelfde bloed verschillende malen bepaald wordt. Kwaliteitsbewaking moet er voor zorgen dat deze variaties zo klein mogelijk gehouden worden.

 

  

APTT: Activated Partial Thromboplastin Time

Deze test van de stolling is het meest gevoelig voor de werking van heparine en wordt dan ook gebruikt om een heparinebehandeling te volgen. Hij is niet gevoelig voor de nieuwe subcutane LMWH zoals fraxiparine, fragmin, innohep, fraxodi, clexane, …

De APTT wordt uitgedrukt in seconden. Ook in de APTT bepalingen zit variatie afhankelijk van de gevoeligheid van het reagens en de gebruikte machines. Omdat de APTT gebruikt wordt voor het volgen van patiënten met IV heparine die in het ziekenhuis opgenomen zijn, stelt zich het probleem van de vergelijkbaarheid van de uitslagen zich minder dan bij de Prothrombine Tijd. Er is dus geen INR-systeem voor de APTT ontwikkeld. De uitslagen kunnen van ziekenhuis tot ziekenhuis verschillen.

De normale APTT is afhankelijk van het gebruikte reagens en kan 20-45sec bedragen. Tijdens een behandeling met IV heparine wordt een waarde nagestreefd die 1.5-2.5 maal de beginwaarde is.