Proteïne C deficiëntie

 

 

Dit is een tekort aan Proteïne C (meestal aangeboren), zodat er een verminderde remming is van de bloedstolling wat leidt tot een verhoogde neiging op trombose.

Proteine C is een vitamine K afhankelijk eiwit dat door de lever wordt gemaakt. Het is een enzyme dat in geactiveerde vorm twee stollingsfactoren kan inactiveren (Factor Va en Factor VIIIa). Proteine C heeft als cofactor Proteine S en kan dus maar efficient werken wanneer ook Proteine S goed aanwezig is.

Proteïne C deficiëntie komt niet vaak voor (ongeveer 0.5%) maar de helft van de patiënten zullen een trombose doormaken voor hun 50e verjaardag. De verhoogde tromboseneiging uit zich meestal pas na de 20e verjaardag. De afwijking is autosomaal dominant, er is dus geen verschil tussen de geslachten. Heterozygoten (die de afwijking maar van 1 ouder erven) hebben meestal waarden voor Proteine C van 30-60%, terwijl homozygoten (die de afwijking van beide ouders erven) weinig of geen Proteine C hebben. Er zijn een aantal verschillende mutaties bekend die een Proteine C deficientie geven. Het is dus niet 1 enkele afwijking.

autosomaal dominant

cascade

Proteïne C deficiëntie geeft relatief vaak problemen van oppervlakkige tromboflebitiden en trombose van de hersenvenen.

In zeldzame gevallen kunnen patiënten met een proteïne C deficiëntie bij het opstarten van coumarines als antistollingsbehandeling een probleem vertonen van huidnecrose (kleine tromboses in de huid) als deze behandeling niet voorafgegaan werd door een behandeling met heparine. Dit heeft te maken met de manier waarop de coumarines werken (via een effect op de vitamine K verwerking). Alle vitamine K afhankelijke factoren verminderen door het innemen van coumarines, dus ook Proteine C. Omdat Proteine C relatief sneller vermindert dan de andere factoren, is er tijdelijk een tromboserisico. Dit komt echter zelden voor.

  

Indien beide ouders proteïne C deficiëntie hebben, kan een kind deze afwijking langs beide kanten erven (homozygoot of dubbel heterozygoot) en zo helemaal geen proteïne C produceren. Deze kinderen hebben een heel hoog risico voor trombose vanaf de geboorte (purpura fulminans). Ze moeten vanaf de geboorte antistolling krijgen en de bevalling moet in een ziekenhuis gebeuren om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij problemen. Bij Purpura Fulminans zijn er uitgebreide blauwe plekken op de huid die eigenlijk tromboses zijn van kleine huidbloedvaten. Dit kan leiden tot grote huiddefecten die kunnen infecteren. Dergelijke toestand is levensgevaarlijk. Gelukkig is deze complicatie zeldzaam omdat er maar weinig mensen een Proteine C deficientie hebben en de combinatie van twee ouders met de afwijking daardoor nog zeldzamer is. Daarbij komt nog dat wanneer beide ouders de afwijking hebben, er nog maar een 25% kans is dat een kind de afwijking daadwerkelijk van beide ouders erft.

 

 

Op de onderstaande figuur is te zien hoeveel patienten met een proteine C deficientie op een bepaalde leeftijd reeds een trombose zullen hebben gehad.

 

 Proteïne C deficiëntie