Zwangerschap en trombofilie

 

Trombofilie (erfelijke tromboseneiging: Factor V Leiden, Factor II mutatie, antithrombine III deficientie, proteine C deficientie en proteine S deficientie) is geassocieerd met een verhoogde kans op complicaties tijdens de zwangerschap. Het gaat hierbij om pre-eclampsie, intra-uteriene groeivertraging, vroeggeboorten en miskramen. Bij placenta onderzoek worden vaak tromboses en infarcten gezien.

normaal placentaweefsel

In een studie werd de placenta vergeleken van vrouwen met en zonder thrombofilie, hierbij werd inderdaad een duidelijk verschil gezien.

Bij de patiënten met thrombofilie werd gemiddeld een kleinere placenta gevonden met meer infarcten, zowel enkelvoudige (72% tov 39%) als meervoudige (44% tov 14%). Er was ook een duidelijke toename in fibrinoide necrose (62% tov 33%). Ook andere, minder belangrijke placenta-afwijkingen werden meer gezien bij thrombofilie maar niet in die mate dat statistisch relevante conclusies konden worden getrokken. In de groep van vrouwen met thrombofilie werden ook meer vroeggeboortes en een lager geboortegewicht gezien. Deze bevindingen bevestigen eerdere studieresultaten.

Microscopisch beeld van normaal placentaweefsel
(voldragen zwangerschap)

 

Of preventieve behandeling metHeparine gedurende de zwangerschap de kans op complicaties vermindert, is nog niet duidelijk. Eerste resultaten uit kleinere studies lijken bemoedigend. Ook het tijdstip waarop met dergelijke preventie moet worden gestart of hoelang deze behandeling moet duren, is nog onbekend.